kwaliteit

BelgiSCHE KWALITEIT VOLGENS HOOGSTE NORM

De norm EN 12934 is voor dons al jaren de norm bij Fja-Oeyen. Fja-Oeyen stond zelfs mee aan de wieg van de officiële erkenning ervan.

Omdat er over donsdekens nogal wat misverstanden bestaan en omdat consumenten over de verschillende klassen van donskwaliteit tot op vandaag weinig houvast hebben, werd er een voorstel uitgewerkt betreffende dons en pluim.

Donsdekens worden beoordeeld aan de hand van een nieuwe Europese norm, de EN 12934.
Dons- en vedermaterialen die gebruikt worden als vulling voor dekens, hebben een vorm van etikettering opgelegd, die de volgende punten vermeldt:

• de kleur van het vulgoed
• de herkomst
• nieuwe waren
• gevogeltesoort
• een onderverdeling in klassen van I tot V
• verhouding in dons/veren uitgedrukt in procenten van het aantal en NIET van het volume

Fja-Oeyen heeft samen met zijn leveranciers en in samenwerking met de landbouwafdeling van de Hongaarse universiteit in Gödelö er voor geijverd om in mei 2000 uiteindelijk de Europese wet te laten goedkeuren tegen dierenmishandeling bij levend pluk. Meer nog, Fja-Oeyen pleit zelfs voor een nog verdere onderverdeling van deze klassen in donspercentages van 0% tot 100%, een onderverdeling in vulkracht, bekleding, vulgewicht en herkomst!

DE NORM EN 12934 PLAATST FJA-OEYEN IN KLASSE I, HELEMAAL AAN DE TOP

En daarmee onderscheidt Fja-Oeyen zich eens te meer van vele andere Belgische en buitenlandse donsmerken. Een zaak die door geen enkele norm kan gewijzigd worden, omdat Fja-Oeyen vult met mooie donsvlokken, afkomstig van in vrijheid gekweekte gezonde ganzen uit de koudste streken van Noord en Noordoost Europa, Canada, Falklands ..., er zorg voor draagt alleen nieuwe waren te gebruiken en de dekens met het hoogste percentage aan dons vult op de juiste manier om kwaliteitsdekens aan te bieden met een hoge isolatiewaarde en veerkracht en een minimum aan gewicht. Vermits het niet gaat om een massaproduct, maar om individueel gemaakte donsdekens, wordt ieder donsdeken door het oog van een kenner gekeurd. Zo ontstaan donsdekens die, als ze op de juiste manier onderhouden worden, een leven lang gezond slaapcomfort garanderen!

DE EUROPESE NORM EN 12934

De kleur geeft geen echte indicatie over de kwaliteit. Wel kan ze er op wijzen dat de bekleding (tijk) niet te zwaar is. Indien men een ultra lichte witte bekleding vult met een grijze dons, ziet men de vlokjes erdoor.

De herkomst duidt uiteraard op het land van herkomst van het vulgoed. Dat kan immers een indicatie zijn of de vulling effectief afkomstig is uit een land met koude winters of niet (en hoe kouder de winter, hoe volumineuzer het dons). Zo weet een geïnformeerde consument ook meteen wanneer hij op het etiket leest dat z'n dons afkomstig is uit China, dat het onmogelijk om kwaliteit kan gaan; China heeft geen ganzenboerderijen specifiek voor dons.

Toch geeft de herkomst geen uitsluitsel over kwaliteit. Polen bijvoorbeeld, voert 90% donsveren uit die afkomstig zijn uit slachthuizen. Dus van dieren, gekweekt voor het vlees en de lever. Een zieke (lees dikke) lever, brengt zieke ganzen voort, dus ook slechte dons. Ganzen die gekweekt worden voor dons, zijn ganzen die gezond voer krijgen, in de vrije buitenruimte kunnen bewegen en in waardige omstandigheden leven. Regelmatige controles door universiteiten (zoals door Gödelö in Hongarije) leveren een bijdrage aan de gezondheid van die dieren, waarmee verder kan worden gekweekt. Arbeidsintensieve werkmethodes, die een prachtige dons opleveren, maar die uiteraard duurder zijn. Als fabrikant is het belangrijk om aan die 10% hoogkwalitatieve dons te geraken! Daarbij is vertrouwen belangrijk. En dat bouwt men zorgzaam op. Zoals Fja-Oeyen dat deed, tijdens drie generaties van donsverwerking!

De vermelding 'nieuwe waren' heeft betrekking op het volgende: dons en veren gaan lang, zeer lang mee. Er bestaan tal van fabrieken (o.m. in Frankrijk) waar gebruikte dons (couché) een tweede leven wordt ingeblazen of wordt vermengd met nieuwe dons. Uiteraard kan dit dons goedkoop op de markt gebracht worden. Maar het dons zal snel van z'n volume verliezen en geen goede isolatie meer bieden. Om nog niet te praten over hygiëneaspecten. Fja-Oeyen gebruikt in haar donsdekens uitsluitend nieuwe waren.

Aan de soort herkent u het dons. Ganzendons is normaliter beter dan eendendons. Toch speelt hier de afkomst mee. Een wilde eend, afkomstig uit het hoge noorden, zal na een strenge winter een dikkere donsvlok leveren dan een gans uit Frankrijk, gekweekt voor zijn lekker vlees.

DE KLASSEN ZIJN BELANGRIJK

Klasse I: wordt enkel toegekend aan donsdekens met minstens 90% van de opgegeven vulling (gans of eend) en maximaal 5% kleine donshaartjes.
Zeker géén kippen of ander pluimage, zeker geen herbruikte maar uitsluitend nieuwe waren.

Klasse II: hier mogen herbruikte waren, pluimage zoals van hoenders en zelfs synthetisch materiaal tot 15% worden meeverwerkt.

Klasse III: het vulaandeel anders dan ganzen- of eendendons mag meer dan 15% bedragen.

Klasse IV en V: het betreft volledig andere vullingen die niets meer met dons of veren te maken hebben.

De procentuele verhouding tussen dons en veren wijst op het gewicht dat men meer moet vullen om dezelfde dikte te bekomen. Als leek merkt men dat op het eerste zicht niet, en wanneer men het merkt is het veelal te laat. Daarom de uitbreiding aan de Europese norm; nl. het verplicht vermelden van het percentage dons met een tot op heden maximaal van 90%. En hier streeft Fja-Oeyen er nog naar om een uitsplitsing te maken naar de super kwaliteit tot 100%.